Enquête

Deze enquête is gehouden onder ruim 350 Nederlandse studenten die lid zijn van een christelijke studentenvereniging. Het doel was vast te stellen hoe groot het probleem van geloofstwijfel is (als het een probleem is), wat de gevolgen zijn, en wat de belangrijkste twijfelveroorzakende kwesties zijn.

Hieronder volgt een overzicht van de gegeven antwoorden op de belangrijkste vragen. Daarnaast zijn een aantal achtergrondvragen gesteld (bijvoorbeeld over de kerkelijke komaf van de respondenten en hoe lang en wat ze studeren). Deze gegevens zijn hier nog niet in verwerkt.

- Vraag: Hoe vaak ging je naar de kerk voordat je ging studeren?

- Vraag: Hoe vaak ga je tegenwoordig naar de kerk?

- Vraag: Noem je jezelf christen?

- Stelling 1: “Jezus is de Zoon van God en is voor mijn zonden gestorven en opgestaan.”

- Stelling 2: “Er is geen andere weg tot God dan door Jezus.”

Opmerking: een groot aantal mensen, voornamelijk van reformatorische komaf, waren het wel volledig eens met stelling 2, maar waren terughoudender over stelling 1. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het woordje ‘mijn’ in stelling 1, en twijfels over of ze zelf wel uitverkoren zijn. Deze respondenten betwijfelen doorgaans niet de leerstellige juistheid van het geloof, maar of ze zelf wel behouden zijn.

- Stelling 3: “De Bijbel is Gods Woord en daarom te vertrouwen.”

De volgende vragen gaan over geloofstwijfel. Aangezien ‘twijfel’ een lastig grijpbaar begrip is, werd de volgende uitleg gegeven: “Met ‘twijfel’ wordt niet slechts bedoeld dat je met vragen zit, maar dat deze vragen je (in meer of mindere mate) dwars zitten. Het moeten dus enigszins noemenswaardige twijfels zijn.”

- Vraag: Had je, voordat je aan je studie begon, wel eens twijfels over je geloof?

- Vraag: Heb je tegenwoordig wel eens twijfels over je geloof?

- Vraag: Is de zekerheid van je geloof toe- of afgenomen sinds je bent gaan studeren?

- Vraag: Zijn er bepaalde gebieden waarop je twijfels hebt? Zo ja, vink dan de gebieden aan waarbij dat zo is.

Bij deze en de volgende vraag konden de respondenten meerdere antwoorden geven, vandaar dat de totale som van percentages boven de 100 uitkomt. De balken geven hier simpelweg aan hoeveel procent van de studenten de betreffende punten hebben aangevinkt. Voor 20% van de respondenten is het bestaan van God een punt van twijfel, et cetera.

- Vraag: Zijn twijfels van invloed op je geloofsleven, en zo ja, wat zijn de gevolgen?

- Vraag: Vind je dat er tijdens je opvoeding (in de kerk, door je ouders, op je middelbare school, op catechisatie, etc.) voldoende aandacht is besteed aan kwesties zoals die in de bovenstaande lijst?

- Vraag: In hoeverre is twijfel voor jou een probleem waar je mee te kampen hebt? (Een laag getal betekent dat je geen twijfels hebt of deze niet als problematisch ervaart, een hoog getal betekent dat je het als een belemmering voor je geloofsleven of je vertrouwen op God ervaart, een érg hoog getal betekent dat je op het punt staat het geloof vaarwel te zeggen.)

Gemiddeld wordt een 3,5 gegeven. 16,4% van de respondenten geeft een 6 of hoger.